logo ars floreat header filosofen

 

 

 

 

Home

 

Downloads

 

Sitemap

 

next

 

Meditatie - Upanishads

 

ISHA UPANISHAD

 

Dat is volmaakt. Dit is volmaakt. Volmaakt komt van volmaakt.

Trek volmaakt af van volmaakt, wat overblijft is volmaakt.

Moge vrede en vrede en vrede overal zijn.

 

“Het Zelf is Eén.

Onbeweeglijk, beweegt Het zich sneller dan de gedachte.

De zintuigen achterhalen Het niet,

want het Zelf snelt steeds voor hen uit.

Niet-bewegend, ontvliedt Het zijn achtervolgers.

Uit het Zelf komt de adem, die het leven is van alle dingen.”

 

“Menselijke geest!

Mediteer over de eeuwige Brahman, herinner u uw voorbije daden.

Menselijke geest!

Herinner u uw voorbije daden! Herinner u, geest! Herinner u.”

 

KENA UPANISHAD

 

“De kracht van de geest wanneer hij zich herinnert,

wanneer hij zich steeds weer herinnert, behoort tot Brahman.

Laat daarom de geest mediteren over Brahman.”

 

KATHA UPANISHAD

 

“De wijzen die over God mediteren, hun gedachten concentreren

en in de spelonk van het hart, dieper erin doordringend,

dat Zelf ontdekken, dat zeer oude Zelf,

zo moeilijk als idee te verwerken, nog moeilijker te begrijpen,

stijgen uit boven vreugde en verdriet.”

 

“God maakte dat de zintuigen naar buiten gekeerd zijn;

daarom kijkt de mens naar buiten, niet in zichzelf.

Nu en dan heeft een vermetele ziel, die onsterfelijkheid begeerde, omgezien en zichzelf gevonden.”

 

“Het Zelf is minder dan het minste, groter dan het grootste.

Het leeft in alle harten.

Wanneer de zinnen tot rust zijn gekomen, vrij van begeerte,

dan vindt de mens Hem en stijgt uit boven verdriet.”

 

“Wie het Zelf kent, zonder lichaam temidden van de belichaamden,

onveranderlijk temidden van het veranderlijke, overal zegevierend,

die stijgt uit boven verdriet.”

 

PRASHNA UPANISHAD

 

“Wanneer de menselijke geest verloren is in het licht van het Zelf,

droomt hij niet meer; stil geworden in het lichaam, is hij verloren

in dat geluk.”

 

MUNDAKA UPANISHAD

 

“Twee vogels, in vriendschap met elkaar verbonden,

hebben hun tehuis in dezelfde boom gemaakt.

Eén van de twee pikt van de zoete vrucht,

de ander kijkt alleen maar toe.

Het persoonlijke Zelf wordt het pikken van kleine beetjes moe

en verzinkt in neerslachtigheid;

doch wanneer hij door meditatie begrijpt dat de ander –

het onpersoonlijke, ware Zelf – Brahman is,

dan verdwijnt de neerslachtigheid.”

 

“Geen boetvaardigheid kan Hem ontdekken,

geen ritueel Hem openbaren,

geen oog kan Hem zien, geen tong Hem uitspreken;

alleen in meditatie kan de menselijke geest,

zuiver en stil geworden,

de vormloze Waarheid ontdekken.”

 

“Stralend en toch verborgen, leeft Brahman in de holte

van het hart. Alles wat op en neer deint, ademt,

zich opent, zich sluit, leeft in Brahman; boven geleerdheid,

boven alles, beter dan alles; levend, niet-levend.”

 

“Noch zon, noch maan of ster, noch vuur of bliksem, verlicht Hem.

Als Hij schijnt, begint alles te schijnen.

Alles in de wereld weerkaatst Zijn licht.”

 

MANDUKYA UPANISHAD

 

“Hij die begrijpt laat zich, met behulp van zijn persoonlijke zelf,

verzinken in het onpersoonlijke zelf; hij die begrijpt.”

 

TAITTIRIYA UPANISHAD

 

“Die Goddelijke Persoon woont in de kleine ruimte in het hart,

vult het met onsterfelijkheid, licht en intelligentie.”

 

CHANDOGYA UPANISHAD

 

“Een geketende vogel vliegt eerst in alle richtingen, dan pas

strijkt hij neer op zijn stok; zo doolt de geest eerst in alle

richtingen rond, dan pas strijkt hij neer op zijn leven; want,

mijn zoon, de geest is geketend aan het leven.”

 

“In dit lichaam, in deze stad van Brahman, is een klein huis

in de vorm van een lotus en in dat huis is een kleine ruimte.

Men moet weten wat daar is.

Wat is daar? Waarom is het zo belangrijk?

Er is evenveel in die kleine ruimte binnenin het hart als

in de hele wereld buiten. Hemel, aarde, vuur, lucht, zon, maan,

bliksem, sterren; alles wat is en alles wat niet is, is daar.”

 

BRIHADARANYAKA UPANISHAD

 

Leid mij van het onwerkelijke naar het werkelijke!

Leid mij van duisternis naar licht!

Leid mij van dood naar onsterfelijkheid!

 

“Dit Zelf is de Heer van alle wezens;

zoals alle spaken zijn samengebonden in de naaf,

zo zijn alle dingen, alle goden, alle mensen, alle levens,

alle lichamen, samengebonden in dat Zelf.”

 

“Ge kunt de ziener van het geziene niet zien;

ge kunt hem niet horen, die het geluid hoort;

ge kunt over hem niet denken, die de gedachte denkt;

ge kunt de kenner van het gekende niet kennen.

Uw eigen Zelf leeft in de harten van allen.

Al het andere is van geen belang.”

 

 

Uit: Tien Upanishads

 

 

footer e-mail & copyright